empty placeholder

Jan Domans – Er speelt nog een derde mee

A.G. Strenholt  no. 1 Widetet reeks 1954 omslagtekening Frans Mettes

Dit is een peudoniem van Jan Albertus Josephus Temmink. Geboren te Zwolle op 12-10-1906 overleden te Hilversum op 10 oktober 1967.

Hij was journalist in Zwolle, Almelo en Hilversum. Sinds 1950 hoofdredacteur van de Gooi en Eemlander.

Ander werk onder eigen naam:

7 eeuwen Zwolsche geschiedenis 1930, Op goed spoor, Een ster viel, De voetbalridders van TOP, De MULO ridders 1943 (onder pseudoniem Jan Oerbelt).

Recensie uit De IJmuider Courant van 22-5-1954

A.J.G. Strengholt’s uitgeversmaatschappij in Amsterdam heeft in de eerste twee delen van de nieuwe Widétet-reeks het werk van een tweetal Nederlandse auteurs van detective-romans opgenomen.

Wat deel I: “Er speelt nog een derde mee” van Jan Domans betreft, dit had, naar onze mening, beter achterwege kunnen blijven. De schrijver heeft namelijk met behulp van een grote fantasie een politie-roman opgebouwd, warvan de intrige zo gezocht en daardoor zo onaannemelijk is, dat zelfs de meest goedhartige lezer er niet meer in kan geloven. Een burgerlijk inspecteurtje, Jansma, mag alles, wat de schrijver hem voorschotelt, oplossen. En dat is nogal wat. Een inbraak, een moord en een slachtoffer, dat als twee druppels water op een ander lijkt, Met veel wrikken vond Domans eindelijk een goede dader en die wordt dan pas aan het slot natuurlijk gegrepen. Dan pas is het boek uit.


empty placeholder

William Descot – De moordzaak zonder toeval

J. Philip Kruseman 1935

Er zijn geen biografische gegevens gevonden. Andere werken onder deze naam zijn niet aangetroffen.

Nog wel een recensie uit De Boekenschouw van 1935:

Bedoeld is natuurlijk de oplossing van de moordzaak zonder toeval. Want het geval zelf zit vol toevalligheden, die juist zo gekozen zijn, om een rationele oplossing mogelijk te maken. Het onderscheid met de collega's is dus niet zo groot, als de inleiding ons wit doen geloven. Het is een gewone detectiveroman met de goede en slechte eigenschappen van het genre. Voor volwassenen.

Uit Twentsch Dagblad Tubantia van 22-7-1935

Het is een zeer spannend detectiveverhaal, waarin ons verteld wordt hoe het den Commissaris Fransse, bijgenaamd „De Contrabas" met medewerking van den inspecteur van Kooter gelukt licht te brengen in een moordzaak. Tenslotte blijkt, nadat de verschillende speurtochten van de detectives nauwkeurig en spannend zijn beschreven, de persoon van den dader voor al de betrokkenen een ware ontgoocheling.


W.J. Valentijn – Moord op de walletjes

W.J. Valentijn – Moord op de walletjes

De Boekenmolen, 1960

Over deze auteur is helaas niets te vinden. Wordt niet vermeld in Lectuurrepertorium. Nog wel een vermelding in Brinkman.

Voor de promotie heeft de uitgever gebruik gemaakt van een buikbandje.

Dit boek heeft niets te maken met het boek van Marten Treffer onder dezelfde titel uit 1965.

js

 


empty placeholder

Anthony Wethly – Ik…zei de moordenaar

  Strengholt 1955 Widetet reeks 7

 Pseudoniem van de vertaler  Bastiaan Johannes Eenhoorn. Geboren te Koudekerke op

 22 Oktober 1915. (de overlijdensdatum hebben we niet gevonden) Getrouwd met Jacoba van Rooyen (gescheiden in 1946).

 In de oorlogsjaren  werkzaam bij de Nederlandsche  omroep. In 1945 daarom veroordeeld tot een tijdelijk beroepsverbod (zuiveringsbesluit 1945). Vooral bekend als vertaler van de boeken van Alistair Mclean. Hij schreef een luisterspel: De Nachtwacht.

Uit De omroepgids 1944: Zondagmiddag gaat de kroniek van kunst en letteren onder redactie van J. A. van Kersbergen en B. J. Eenhoorn. Door middel van praatjes en reportages wordt u dan vertéld, wat er in de afgeloopen week zooal gepasseerd is in het Nederlandsche kunstleven. Een bespreking van de nieuw uitgekomen week en maandbladen geeft u elken Dinsdag om 20.15 uur B. J. Eenhoorn

Uit Algemeen Dagblad van 21-05-1955

Ook dit oorspronkelijke detective-verhaal mag er zijn. Het is van Nederlandse makelij en bevestigt, dat in dit genre de vaderlandse bodem vruchten gaat dragen van populaire aard. Waarom zouden wij, als wij dan toch graag willen griezelen, dat niet doen om vaderlandse boevenstreken en waarom zouden wij niet weglopen met eigenlandse speurders? Oo(k dit verhaal mag er wezen!

Zuiveringsbesluit 1945; artikel 5, lid 4,

Overwegende, dat de hieronder genoemde personen, mede naar het oordeel van
vorenbedoelde commissie, hebben doen blijken van ontrouw, als bedoelt in
artikel 2, eerste lid, sub 1, van het Zuiveringsbesluit 1945;

Ongeveer 11.500 Nederlandse ambtenaren zijn op grond van dit zuiveringsbesluit vervolgd.
In deze database zitten de namen van ongeveer 4500 personen, voornamelijk politiemensen, die op grond van het zuiveringsbesluit zijn vervolgd, en zijn berispt, geschorst of ontslagen. Ook vielen particulieren onder deze wetgeving en werden o.a. tijdelijk een beroepsverbod opgelegd


Roger Bax - Moord volgens plan

Roger Bax - Moord volgens plan

Van Kersen 1957  vertaling van: Blueprint for murder (Hutchinson 1948)

Roger Bax is een pseudoniem van Paul Winterton, die ook schreef onder de veel bekendere naam Andrew Garve en Paul Somers.

Winterton was een Engels journalist en auteur.

Geboren op 12-2-1908 te Leicester overleden op 8-1-2001

Studeerde economie en werkte daarna als journalist tot 1946.

Na de oorlog werd Winterton fulltime auteur van misdaad romans.

Hij was in 1953 een van de oprichters van de Crime Writers' Association.

Onder de naam Bax zijn in Engeland diverse boeken verschenen maar zover bekend is er maar één titel vertaald.

Wel zijn een aantal boeken onder de naam van Andrew Garve vertaald in het Nederlands. Deze zijn oa. verschenen in de Prisma reeks en De Witte Raven serie.

js


G. Debije – Moord te Scheveningen

G. Debije – Moord te Scheveningen

J.H. Gottmer 1940 Juweelen-serie No.5

Biografische gegevens zijn helaas niet gevonden.  In de periode 1939/1940 is het boek bij een aantal kranten als feuilleton verschenen onder de auteursnaam J.G. Debije.

Het LR heeft met volgende te melden: een oorspronkelijke doch weinig originele detective-roman.

In Het Nieuwsblad van het Noorden van 8-6-1940 een recensie.                                                                                                                                              Zeer geslaagd is de roman van J. G. Debije  „Moord te Scheveningen". De taal van dit boek heeft zéér zwakke plekken, zoo zwak dat men soms eerder aan een vertaling dan aan een oorspronkelijk werk zou denken. Daarbij besteedt Debije aan het détail zoo nu en dan wat al te veel aandacht, geeft hij bijzonderheden met een zoo groote zorgvuldigheid en nauwkeurigheid weer, dat de spanning verslapt. Met enkele coupures in de détail-beschrijvingen zou dit voor een detective-roman omvangrijke verhaal zeker zijn gediend Maar deze roman bezit eigenschappen, die ons de literaire gebreken grif doen vergeten. In de eerste plaats is dit boek nu eens Nederlandsch tot op het gebeente, dat wil zeggen het beschrijft een moordzaak en hoe die in ons land in werkelijkheid door de politie behandeld wordt — zonder super-detectives en griezelverhalentamtam dus. We vergezellen een Haagschen inspecteur van politie op zijn speurtocht naar de bedrijver(s) van een uiterst geheimzinnige misdaad en maken op die manier kennis met het gecompliceerde en zeer belangwekkende apparaat onzer eigen recherche. En in de tweede plaats geeft de auteur ons een suggestief en boeiend beeld van de wetenschappelijke zijde van dit apparaat. Het zoeken van vergiften langs chemischen en pharmacologischen weg, het vaststellen van schilderijenvervalschingen en nog verschillende andere onderzoekingen van dergelijken aard passeeren achtereenvolgens de revue en moeten ons, gezien de gecompliceerdheid van het onderhavig geval, wel tot dè conclusie brengen, dat voor het modem-wetenschappelijk politieapparaat geen misdadiger meer veilig is. In elk geval vervult de wijze, waarop hier de schrijver het kluwen ontwart, zorgvuldig en zonder griezeligheden of bombast, ons met bewondering. Drie spannende detective-verhalen van eigen bodem, waarin respectievelijk de psychologie, de internationale sfeer en de populair-wetenschappelijke beschrijvingen domineeren.... drie verhalen, welke de vaan van het genre hoog houden en ons bij alle spanning een dosis ontspanning bieden van goed gehalte.

Wie helpt ons aan een afbeelding van het stofomslag?

js


Walter C. Brown – De misdadige dubbelganger

Walter C. Brown – De misdadige dubbelganger

1932 Het Leven Bandtekening van Henri Pieck.

Vertaling van The Second Guess uit 1929.

Amerikaans auteur.

Schreef een aantal filmscenario’s: The House in the Woods (1957), Lights Out (1946) en Suspense (1949).

Helaas verder geen biografische gegevens kunnen vinden. Voor zover bekend zijn er geen andere titels vertaald.

Overige engelstalige titels Laughing Death uit 1932 en Murder at Mocking House uit 1933

js


Peter Relas - Moord op een deserteur

Peter Relas - Moord op een deserteur

1952 Nederlandsche Keurboekerij SOS reeks 525352, stofomslag ontwerp Moriën/Beck.

Onbekend wie zich achter deze naam verschuilt.

Genoemd in de Brinkman met de toevoeging pseudoniem.

Verder in dat zelfde jaar nog een bewerking van George Howe - Geen medailles voor

Spionnen. Ook dit boek is uitgegeven door de Nederlandsche Keurboekerij.

Misschien een medewerker?

Nog een vermelding in Lectuur Repertorium: schreef een boeiende detectiveroman.

Verder niets gevonden betreffende deze auteur.

js


A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

A.R. Colijn – Het geitensik mysterie

recherche-roman uitgeverij Volharding 1950

Dit is een pseudoniem van Hendrik (Henk) Herman Backer. Geboren te Rotterdam op 15-12-1898 overleden te Eemnes op 5-6-1976. Getrouwd in 1924 met Johanna Henrietha Belia Tuk. Na scheiding opnieuw getrouwd met Hendrika Overbeeke (1909).

Het was de bedoeling dat hij leraar zou worden maar wegens ziekte is dat niet doorgegaan.

In 1915 ging hij studeren aan de Rotterdamse Kunst academie. Vanaf 1923 ging hij werken als striptekenaar voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad. Hij brak door met de strip: Tripje.

Tot aan zijn pensionering in 1963 bleef hij werken voor Het Rotterdamsch Nieuwsblad.

Henk Backer gebruikte vele pseudoniemen voor zijn activiteiten als schrijver van romans, hoorspelen detectives en gedichten, waaronder Hans Overbeeke, Peter van Ingen, B. Elzebub, Ar Colijn, Joh(a)n Berndt en Bac.

Het geitensik-mysterie  is een bundeling van 10 deeltjes. Elk deeltje heeft weer een nieuwe voorplaat.

Voor zover bekend zijn de afzonderlijke delen niet los verschenen.

Voorin het boekje worden nog 3 delen aangekondigd: De sterke benen, De erfenis van den componist en De man die bewaakt werd.

Deze zijn waarschijnlijk nooit uitgegeven.

js


Jan Cottaar – De gestolen reportage

Jan Cottaar – De gestolen reportage

uitgeverij Kramers 1949

Schijversnaam van Johannes Hendricus Marie Cottaar.

Werd op 6 maart 1915 in Delft geboren. overleden Leiderdorp, 21 juli 1984. Gehuwd op 5-2-1941 met Coba Wilhelmina Meijer. Uit dit huwelijk werden 1 zoon en 2 dochters geboren. Jan Cottaar volgde een gymnasiumopleiding op het internaat van de paters Franciscanen te Venray. Hij begon zijn journalistieke loopbaan bij de Nieuwe Delftse Courant en werd in 1938 sportredacteur bij het katholieke dagblad De Tijd in Amsterdam. Vanaf 1946 hield hij voor de KRO radio een wekelijks radiopraatje. In de jaren vijftig versloeg hij acht keer de Ronde van Nederland en tien keer de Tour de France, zowel voor de radio als voor de krant. In 1952 werd hij sportredacteur van de Nieuwe Rotterdamse Courant en maakte vanaf 1958 zijn eigen televisieprogramma voor de KRO
"Van Onze Sportredacteur". Daarnaast was hij medepresentator  van het bekende NOS programma "Sport in Beeld". (Later Studio Sport.)  In 1970 – tot 1974- werd hij directeur van het Nederlands Olympisch Comite.  Hij schreef een aantal boeken waaronder "Het Sportboek voor de jeugd" in 1947, "Van Olympus tot Fujijama" en de romans "De Troostprijs is een gele trui",
"Gele trui tegen wil en dank". Over zijn Tourervaringen schreef hij het boekje "10 x Tour".

js


1-10 van de 86 Volgende pagina